Barbershop Woordenboek
Wie barbershop zingt, wordt geconfronteerd met een groot aantal muziektermen, waarvan de meeste ook nog in het Engels worden gebruikt. In dit barbershopwoordenboekje worden de meest voorkomende termen vertaald en zo nodig toegelicht. Dit boekje heeft niet de pretentie volledig te zijn; daar waar de gebruikers ervan ontdekken dat veelgebruikte termen nog ontbreken, zullen we die graag opnemen in een volgende editie.
Het woordenboekje is deels gebaseerd op een door Hans Eekels opgestelde lijst van barbershopjargon, die eerder verscheen in het boekje “Barbershop zingen in Nederland”. Met dank aan Jacques de Jong, redacteur van DABS-tunes, het voormalige informatie-bulletin van de Dutch Association of Barbershop Singers.
Met een bijzonder woord van dank aan Loek Jeukens, secretaris van de Southern Comfort Barber Mates, zonder wiens omvangrijke bijdragen dit woordenboekje aanzienlijk beknopter zou zijn geweest.
Een eervolle vermelding komt Joan van Spreuwel toe, section-leader van de Bass-section van de Southern Comfort Barber Mates, zonder wiens bijdragen dit woordenboekje aanzienlijk saaier zou zijn geweest.
Michiel Bekker, SCBM
A & R sessions Afkorting voor Analyse and Recommendation sessions. Ook wel Critiques of Clinics genoemd. In Nederland: Analyse en Aanbevelings‑sessie: de mogelijkheid voor kwartetten en koren, om na afloop van een wedstrijd kennis te nemen van de overwegingen van de jury om daarvan te leren.
Above average Boven het gemiddelde, ofwel gewoon goed.
A cappella Een (Italiaanse) aanduiding voor een wijze van zingen zonder begeleiding door muziekinstrumenten. Barbershoppers zingen dus a cappella.
Accuracy Nauwkeurigheid.
Afterglow (Letterlijk: nagloeien) De gewoonte van barbershoppers om na te genieten van de repetitie of een singout door informeel in kwartetten of grotere groepen samen te zingen.
Arrangement Een bewerking van een bestaande melodie door er verschillende partijen aan toe te voegen. Bij barbershop bepaalt het arrangement in feite of er echt sprake is van barbershop‑singing.
Aspirant Nieuw lid dat nog niet is afgezongen.
Aspirant Jurylid Een aankomend jurylid, dat na het succesvol afleggen van een toelatingsexamen, tot de Kamer van Juryleden wordt toegelaten.
Assistent Jurylid Een Aspirant Jurylid kan worden bevorderd tot Assistent Jurylid, nadat aan een aantal aanvullende opleidingseisen is voldaan.
Attack timing Gelijke start. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Augmented Overmatig. Een aanduiding om een akkoord nader te specificeren. Bijvoorbeeld een overmatige drieklank, waarbij de kwint een halve toon is verhoogd, bijv. C‑E‑Gis.
Average Gemiddeld.
BABS British Association of Barbershop Singers, de Engelse zuster-organisatie van DABS.
Back time Uitsmeren van woorden door de begeleidende partijen, waardoor niet meer synchroon met de melodie wordt gezongen. Een embellishment (zie aldaar).
Balance Onderlinge volume-verhouding van de verschillende partijen. Om zoveel mogelijk expanded sound (zie aldaar) te krijgen, dienen in een akkoord de eerste en de vijfde trap (zie aldaar) iets steviger gezongen te worden (meestal de lead en de bass) dan de overige tonen in het akkoord (meestal de bariton en de tenor).
Bar Maat, in de zin van: die regel telt zes maten.
Barberpole Een pole is een stok en barber is kapper. Herkenningteken van een traditionele kapper met draaiende rode streep. De barberpole wordt ook wel eens vervangen door een kwastje.
Barbershop progression De structuur van de opeenvolgende akkoorden, die eigen is aan de barbershopmuziek (zie ook circle of fifths).
Barbershop seventh Hèt barbershop‑akkoord. Een vierklank in de vorm van een dominant septime‑akkoord met als voorbeeld C‑E‑G‑Bes. Typisch barbershop‑akkoord.
Barbershop style Een specifieke zangstijl. Voornaamste kenmerken zijn het (vrijwel) afwezige vibrato, kort bij elkaar liggende stemmen (close harmony), een door de lead gezongen melodie die altijd onder een hogere tenorpartij ligt, reine intonatie, consonante zang in vier partijen, een harmonisch verloop dat wordt gekenmerkt door tenminste 33% klinkende septimeakkoorden en een verloop via tussendominanten langs de kwintencirkel en het gebruik van arrangeertechnieken zoals glissandi, coda's (tags) en bell chords. Berbershop heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en staat als zodanig los van andere close harmony stijlen.
Barbershop‑voicing Stemvoering in barbershopstijl. De wijze waarop de vier tonen van een akkoord over de vier stemmen wordt verdeeld. Bijvoorbeeld dicht bij elkaar (close position) of ver uiteen (spread chord).
Baritone Bariton, ook wel kort "bari" genoemd. Een van de vier partijen in een barbershopkoor of kwartet. Het karakter van de baritonpartij: de baritons brengen waardigheid in de stijl en in de klank. Zij zijn vaak misleid door te denken dat ze in de hoogte rare dingen moeten doen en soms weer iets anders in de laagte. Dat is verkeerd, dat verwachten we niet van de baritons. Zij brengen constant de waardigheid in de klank. Zij zijn de Mercedes-Benz'en van de barbershopmuziek. Zij zijn het, die diepte brengen in de klank. De baritons richten zich voornamelijk op de bassen als ze zingen. Voor de baritons ligt de melodie van de leads ergens op de achtergrond.
Barrel tone Een barbershopterm voor een volle toonproductie.
Bass Bas, een van de vier partijen in een barbershopkoor of kwartet. Zingt de laagste tonen en legt daarmee het fundament voor de harmonie (voor de akkoorden). Het karakter van de Baspartij: de bassen zijn het fundament van alles wat we doen. En de bassen brengen vooruitgang in de klank, zodat het nooit stopt. Er is nooit een hobbel in de klank, het is altijd vloeiend, glad als glas, er zijn geen scherpe kantjes. Zij zijn de barbershop-engine (de motor van de barbershopmuziek), de locomotief, zij zorgen ervoor dat al het andere in beweging blijft.
Bell chord Een akkoord, dat achtereenvolgens door de 4 partijen wordt opgebouwd. Een embellishment (zie aldaar).
Below average Zwak.
Bevoegd Jury‑lid Een jurylid, dat de laatste en hoogste rang heeft behaald. De totale opleiding tot bevoegd jurylid duurt 4 tot 5 jaar.
Blend Klankvermenging. Het op elkaar afstemmen van de verschillende stemmen tot één kwalitatief goede sound.
Blossom effects Fontein. Een muzikale frase, waarbij de vier partijen op dezelfde toon beginnen en dan in tegengestelde richting uiteenvallend, een akkoord opbouwen. Een embellishment (zie aldaar).
Boventonen In het Engels: harmonics of overtones. Boventonen zijn tonen die hoger meeklinken met een gezongen toon. De frequentie van een (harmonische) boventoon is steeds een veelvoud van de frequentie van de grondtoon. Dus een A met een frequentie van 440 Hz, heeft boventonen met frequenties van 880, 1320, 2640 Hz, enz. Deze boventonen kunnen door andere tonen (van de andere drie partijen) versterkt worden, zodat het geluid rijk en vol wordt. Bij barbershop gaat het erom, zoveel mogelijk boventonen te produceren, in zogenaamde ringing chords (zie aldaar), met als gevolg expanded sound (zie aldaar).
Brassy tone Een metalige klankkleur die wordt gebruikt in luide passages.
Breath support Ademsteun.
Briefing Laatste instructie, bijvoorbeeld aan dirigenten of juryleden, vlak voor een optreden.
Bust a chord Zegswijze onder barbershoppers voor: ‘zing een lied' (ook wel: ‘split a chord' of ‘crack a chord').
Cascade 'Waterval'. Na een unisone start wordt het vierstemmige akkoord opgebouwd, door de overige tonen onder de starttoon te zingen. Tegengestelde van een pyramid (zie aldaar).
Cash, Owen Amerikaanse advocaat die in 1938 samen met effectenhandelaar Rupert Hall het initiatief nam SPEBSQSA op te richten.
Categorie Een barbershop‑song in een wedstrijd wordt op drie aspecten beoordeeld: Muziek, Zang en Presentatie.
CAZ Commissie artistieke zaken ofwel muziekcommissie, bestaande uit MD, sectionleaders en presentationcoach.
Chairman Voorzitter, bijvoorbeeld van het jury‑panel.
Chapter Een bredere organisatie dan alleen een koor, waartoe niet alleen een barbershopkoor behoort, maar ook bijvoorbeeld enkele kwartetten en andere subgroepen die een bijdrage kunnen leveren aan de uitoefening en verspreiding van de barbershopstijl.
Chord balance Evenwichtig akkoord. De onderlinge volumeverhouding van de vier stemmen in een akkoord. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Chord Busting Zie Bust a chord.
Chord progression Akkoord‑progressie. De opeenvolging van akkoorden. Bij barbershop moet hier een bepaalde structuur in zitten (zie ook Circle of fifths).
Chorus 1. Koor. 2. Refrein.
Christmas tree Melodisch verloop binnen één van de partijen waarbij een reeks noten achtereenvolgens stijgt en dan weer daalt, bij wijze van versiering.
Chromatic Chromatisch. Opeenvolgende tonen, waarbij ook de halve tonen worden meegenomen. De chromatische toonladder van C is C‑Cis‑D‑Dis‑E‑F‑Fis‑G‑Gis‑A‑Ais‑B‑C.
Circle of fifths Kwintencirkel. Een twaalftal opeenvolgende kwinten, weergegeven in een cirkel. Bijv.: C‑G‑D‑A‑E‑B‑Ges‑Des‑As‑Es‑Bes‑F‑C. Barbershopmuziek volgt in zijn akkoordprogressie regelmatig delen van de kwintencirkel.
Cleff Muzieksleutel. In barbershop gebruiken we twee sleutels: de G‑sleutel voor de tenor en de lead; de F‑sleutel voor de bariton en de bass.
Climax Het hoogtepunt van een song.
Clinics Zie: A&R‑sessions.
Coda De slotmaten van een song. In barbershop heet dit meestal tag (zie aldaar).
Competitor Deelnemer aan een wedstrijd.
Composer Componist.
Consonant 1. Welluidend, als tegenhanger van dissonant. 2. Medeklinker.
Conspicuous voice Een stem die boven de andere zangers in zijn sectie uitkomt. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Contest Wedstrijd.
Contestant Deelnemer aan een wedstrijd.
Contest Rules Wedstrijdregels.
Continueus flow of sound zeer gebonden manier van zingen, super-legato.
Contrary motion Twee stemmen (bijna altijd tenor en bas), die in tegengestelde richting zingen. Een embellishment (zie aldaar).
Convention Jaarlijkse bijeenkomst, waarbij in een competitie wordt uitgemaakt welk koor of kwartet zich het kampioenskoor/kwartet mag noemen.
Critique Zie: A&R‑sessions.
Crossing voices Stemkruising. Van crossing voices spreken we, wanneer de ene partij een loopje naar beneden zingt en een andere partij juist naar boven, zodat ze elkaar halverwege kruisen. Een embellishment (zie aldaar).
Crow Kraai, iemand die zich tot barbershop voelt aangetrokken vanwege de kameraadschap en de activiteit, maar die de benodigde vocale vaardigheid mist.
Delayed entrances Een (door de arrangeur aangegeven) ongelijke start van de vier partijen. Een embellishment (zie aldaar).
Diminished Verminderd. Een aanduiding om een akkoord nader te specificeren.
Diphthong Tweeklank. Komt veel voor in het Engels. Bijvoorbeeld het woord 'we' wordt uitgesproken als 'oe-ie'.
Dissonant 1. Dissonant, onwelluidend. 2.Een akkoord, dat om een 'oplossing' naar een consonant‑akkoord vraagt.
Distortion of form Verwarde vorm. Een structuurfout in de vorm van een barbershop‑song. Een aspect waar de jury op let.
Distortion of implied harmony Verwarde harmonie. Een fout in de harmonie van een barbershop‑song. Een aspect waar de jury op let.
Disqualification Diskwalificatie. Volgens onze wedstrijdregels kan zowel een song gediskwalificeerd worden (bijv. geen barbershop‑stijl) als een compleet optreden (bijv. schunnige gebaren). Komt gelukkig zelden voor.
Divorced voicing Een stemvoering waarbij één van de buitenste stemmen (bass of tenor) zich ver verwijdert van de andere stemmen.
Drop Een arrangeertechniek waarbij de bass in het slotakkoord een oktaafsprong omlaag zingt.
Duet Een frase waarin slechts twee zangers zingen. Een embellishment (zie aldaar).
Echoes Een herhaling van woorden door de ondersteunende partijen. Een embellishment (zie aldaar).
Embellishment Verfraaiing. Een versiering in het arrangement.
Enharmonisch Het toongebied van een toon, waarbinnen verschillende toonhoogtes kunnen voorkomen. De ais en de bes bijvoorbeeld bevinden zich in hetzelfde enharmonische toongebied. Het (zeer kleine) verschil in frequentie tussen de ais en de bes noemt men het enharmonisch interval.
Excessive vibrato Buitensporige vibratie. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Expanded Sound Typisch barbershop‑geluid, waarbij zoveel mogelijk boventonen worden geproduceerd, zodat het lijkt, alsof er met meer dan vier stemmen wordt gezongen (zie ook boventonen).
Facial expression Mimiek, gelaatsuitdrukking. Een actief gezicht bevordert goed zingen en stelt je in staat om je met de muziek te verenigen. Facial expression is noodzakelijk om de boodschap van een song geloofwaardig over te brengen.
Fifth Kwint. Een interval, waarbij de tweede toon vier tonen boven de eerste ligt.
Fifth wheeling 'Belgisch kwartet'. Als vijfde man ongevraagd meezingen met een kwartet. Ten strengste verboden!
Flat 1. Vals. 2. Verlaagd. Bijvoorbeeld B flat is Bes.
Focused singing Doelgericht zingen. Bij focused singing gaat het om de richting en de kwaliteit van de klank op een bepaald moment: goed zingen heeft richting, focus en draagkracht nodig. Zonder dat klinkt de klank lawaaiig, groezelig, de klank bevat dan allerlei dissonante geluiden. De klank komt zwaar en ongeïnspireerd over. Die doelgerichtheid van de klank kun je zelf tot stand brengen door helderheid in de klank te brengen. Juist die helderheid maakt in de barbershopstijl het grote verschil en kan leiden tot ringing chords.
Formants Formants. De aanpassing van de grondfrequenties van een toon door stand van de lippen, mond en tong. Hierdoor is het mogelijk op een bepaalde toonhoogte verschillende klanken te zingen.
Fourth Kwart. Een interval, waarbij de tweede toon drie tonen boven de eerste ligt.
Funshow Afsluitende repetitie van het seizoen, traditiegetrouw in de vorm van een avond vol entertainment voor de eigen leden en hun partners.
Fundamental Grondtoon (zie aldaar).
Gang-sing In de vroege dagen van de opleving van de barbershopstijl, toen de stijl voornamelijk door kwartetten werd uitgevoerd, werd deze term gebruikt voor situaties waarin meer dan één kwartet meezong. Gang-sings werden een populair verschijnsel op de jaarlijkse conventies en chapter (zie aldaar) ontmoetingen.
Glissando Een glijdende overgang van de ene in de andere toon. Een embellishment.
Grondtonen De basistoon (root) van een akkoord. In het Engels: fundamental.
Guild of Judges In Engeland zijn de jury‑leden georganiseerd in een Guild of Judges, jurygilde. In Nederland heet dit orgaan Kamer van Juryleden (zie aldaar).
Gut-buster Een song of tag die zich leent voor luid en expressief zingen.
Hall Rupert, Amerikaanse effectenhandelaar die in 1938 samen met advocaat Owen Cash SPEBSQSA oprichtte.
Hanger Een toon die gedurende meerdere akkoorden wordt aangehouden. Typisch barbershop. Een embellishment.
Harmonic 1. Harmonisch. 2.Boventoon. De tonen die ontstaan bij het zingen van een grondtoon (zie: boventoon).
Harmonische reeks De (boven)tonen, waarvan de frequentie zich tot de grondtoon verhouden als 1:2, 1:3, 1:4, 1:5, etc.
Harmony College Een uiterst gezellige en leerzame samenkomst van barbershoppers, waarbij de beginselen van het barbershop‑zingen worden onderwezen.
Harmony Express De DABS‑Tunes van de Engelsen.
Holland Harmony Eén van de barbershoporganisaties voor de dames in Nederland (de andere is Sweet Adelines), waarmee DABS nauw samenwerkt, o.a. op het gebied van opleidingen.
Implied harmony Basisstructuur van een arrangement (keuze van de akkoorden en de wijze waarop de akkoorden elkaar opvolgen). Hieraan kan men de muziekstijl herkennen. Bijv. blues, gospel of barbershop.
In-line singing Een constante stroom van klank produceren. Zie ook Continueus flow of sound. Bij in-line singing staat de voortgang van de muzikale beweging door de tijd centraal. Bij goed in-line singing blijft de zanger er uitzien als een zanger, ook bij de korte woorden in de tekst, er vallen geen stukjes uit de beweging weg, alles blijft samenhangend en in-line.
Interludes Interlude. Een meestal later gecomponeerde overgang tussen twee songdelen, of tussen twee songs in een medley. Een embellishment (zie aldaar).
Interpretation Interpretatie. De wijze waarop een song wordt vertolkt. Een van de aspecten waarop wordt gejureerd.
Intonation Zingen met een goede intonatie betekent gewoon zuiver zingen.
Intro Een frase, voorafgaande aan de eigenlijke boodschap en/of de hoofdmelodie in een song. Een embellishment (zie aldaar).
Judge Jury(‑lid).
Jury‑panel De complete bezetting van de jury tijdens een wedstrijd. Het panel bestaat uit één, twee of drie juryleden in de drie categorieën, een voorzitter en secretaris van de jury, twee tijdregistrators en eventuele administratieve hulpen.
Kamer van Juryleden Het orgaan van de juryleden van de DABS.
Key Toonsoort.
Key change Een verandering van de toonsoort ergens in de song. Een embellishment (zie aldaar).
Key note a.De eerste noot van de toonladder; b.De centrale toon van de toonsoort.
Key signature Het aantal aangegeven kruisen of mollen.
LABBS Ladies Association of British Barbershop Singers, de Engelse dames‑organisatie. Holland Harmony, de Nederlandse dames‑organisatie, is met LABBS geassocieerd.
Lead Een van de vier partijen in een barbershop‑koor of kwartet. Zingt de melodie. Het karakter van de leadpartij: De lead is alles. De leads zijn de reden waarom mensen onze optredens bezoeken; dat is de partij die iedereen wil horen. En als de leads niet ontbranden met absolute dynamiek en de echte intentie om de boodschap bij het publiek te bezorgen, is de totale indruk van het koor of het kwartet veel minder. De leads zijn het helemaal, zij zijn de persoonlijkheid die het koor of het kwartet maakt tot wat het is.
Lead ins 'Opmaatje'. Eén of meer noten, direct voorafgaande aan de toon op de eerste tel van de maat. Ook wel 'pick‑up note' of ‘pick-up'.
Lyrics Tekst; de woorden van een song.
Major Groot, Majeur. Bijv. Major 3rd: Grote terts.
Manual Handboek.
Mass sing Komt voort uit de vroegere gang-sings. Mass sings worden gehouden bij barbershopevenementen zoals conventies. Iedereen wordt uitgenodigd naar een openbare ruimte om er massaal barbershopsongs te zingen.
Mates Kameraden, vrienden, je collega-zangers.
MD Musical director. Dirigent dus.
Medley Een samenvoeging van twee of meer songs met een gemeenschappelijk thema.
Meter Metrum, in de zin van tellen per maat. Bijv. 3/4‑maat.
Mike‑warmer 'Mike' is een afkorting van 'microfoon'. Een mike‑warmer is een koor of kwartet, dat optreedt vóórdat de deelnemers aan een wedstrijd optreden. Bedoeld om de juryleden 'in te zingen' en eventuele verkeerd afgestelde geluidsapparatuur te corrigeren.
Mike‑cooler Koor of kwartet, dat na de laatste deelnemer van een wedstrijd optreedt om de jury de gelegenheid te geven de uitslag uit te rekenen, zonder dat het publiek ongeduldig wordt.
Minor Klein, mineur. Bijv. Minor 3rd. Kleine terts.
Moodsetting Sfeer en achtergrond van de tekst van een song.
Music Een van de drie categorieën waarop wordt gejureerd. Men kijkt in deze categorie vooral naar: eenheid, geloofwaardigheid, maar ook naar verfraaiingen die het thema ondersteunen en of het koor de song begrijpt.
Musical Director MD, Dirigent.
Neutral syllables Partijen die geen tekst, maar bijv. 'doo wah zingen. Een embellishment (zie aldaar).
New member Coach Begeleider van nieuwe leden.
Non‑barbershop Een arrangement, dat niet of onvoldoende de kenmerken van barbershop in zich heeft. Uitvoering van zo'n song tijdens een wedstrijd kan tot diskwalificatie leiden.
Octave Octaaf. Een interval, waarbij de tweede toon zeven tonen boven de eerste ligt.
Ondertonen Een toon, die lager meeklinkt dan de laagst gezongen toon van een akkoord. Gevolg van het verschil van de frequenties van andere tonen.
"Op de risers" Kreet van de SOC om leden op de risers te krijgen bij aanvang/hervatting van de repetitie/optreden.
Overtone Ook wel harmonic. Zie ook Boventoon.
Owen Cash, Amerikaanse advocaat die in 1938 samen met effectenhandelaar Rupert Hall SPEBSQSA oprichtte.
Patter Koeterwaals. Een alternatieve tekst, die veel sneller gezongen moet worden dan de oorspronkelijke tekst van een song. Een embellishment (zie aldaar).
Parody Een komische imitatie, waarbij de originele tekst wordt vervangen door een komische tekst, of de melodie op een komische wijze wordt veranderd.
Partituur Bladmuziek.
Penalty Straf. In een wedstrijd kan men strafpunten krijgen voor over‑ of onderschrijding van de zangtijd, voor slechte kleding, verkeerde attributen e.d.
Perfect Rein. Bijv. Perfect 4th: Reine kwart.
Pitch Toonhoogte; meer algemeen gebruikt voor de fluittoon van de pitchpipe voor het aangeven van de grondtoon.
Pitcher Zanger die de pitchpipe aanblaast.
Pitch drop Zakken. Vooral aan het einde van een regel, frase. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Pitch pipe Stemfluit. Een ronde stemfluit, waarop een chromatische toonladder kan worden geblazen. Voor mannen van F tot F; voor dames van C tot C. De pitch‑pipe is het enige instrument, dat in wedstrijden gebruikt mag worden en dan alleen nog maar voor de tune‑up.
Polecatsong Traditionele barbershopsong die 'all over the world' door alle barbershoppers gekend en gezongen wordt.
Prelims Voorrondes.
Presentation Eén van de drie categorieën waarop wordt gejureerd. Men kijkt in deze categorie vooral naar: verhaal en boodschap, scheppen van beelden, eenheid van uitdrukking en de vraag of een en ander geloofwaardig overkomt.
Primary harmony Basisstructuur van een arrangement. Voor verklaring zie implied harmony.
Pyramiding 'Blokkendoos'. Na een unisone (= op gelijke toonhoogte) start wordt het vierstemmig akkoord opgebouwd, door de overige tonen boven de starttoon te zingen. Tegengestelde van een Cascade (zie aldaar).
Presentation 'Schouwspel'. De wijze waarop men zich presenteert.
PRO Public Relations Officer. Diegene die met de PR van een koor is belast.
Quartet Kwartet.
Release timing Gelijktijdig eindigen van alle vier de stemmen. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Rehearsel Repetitie.
Reinforced sound Zie ringing chord.
Resonance Resonantie: voller maken van de grondtoon door de holle resonantieruimten in borst en voorhoofd te gebruiken.
Rhythm Ritme.
Ringing (chords) glasheldere en zuivere samenklank waarin versterkte boventonen meeklinken als gevolg van technisch goede zang. (Ook wel: reinforced sound.)
Risers Geschakelde plateaus in een amphitheater-achtige vorm waarop het koor staat tijdens het zingen.
Roman numerals Trap. De akkoorden die worden opgebouwd op de verschillende tonen in een toonladder worden aangegeven door een Romeins cijfer. Het akkoord op G is de vijfde trap in de toonladder van C en wordt aangegeven met V.
Root Grondtoon. Op deze toon is een akkoord opgebouwd en daaraan ontleent het zijn naam.
Rupert Hall, Amerikaanse effectenhandelaar die in 1938 samen met advocaat Owen Cash SPEBSQSA oprichtte.
Scale Toonladder.
Schaduw‑jurering Een element in de opleiding van een jurylid, waarbij men naast de officiële jury, de deelnemers aan een wedstrijd jureert. De toegekende scores worden niet meegerekend in de uitslag, maar wel door de categorie‑leider geanalyseerd.
Scooping Naar de toon glijden. Klinkt naar, en is het gevolg van slechte toonvoorbereiding. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Second Secunde. Een interval, waarbij de tweede toon één toon boven de eerste ligt.
Sectionleader 1e aanspreekpunt van een sectie (partij), tevens lid van Commissie Artistieke Zaken (CAZ, ofwel muziekcommissie) en het voorzingkwartet.
Section‑rehearsel Ook wel: ‘sectional'. Repetitie met alleen de eigen stemgroep, dus bijvoorbeeld alleen de leads.
Semi‑final Halve finale.
Seventh Septime. Een interval, waarbij de tweede toon zes tonen boven de eerste ligt.
Sharp a.Kruis, bijv. F sharp is Fis; b. Scherp.
Singing Eén van de drie categorieën waarop wordt gejureerd. Men kijkt in deze categorie vooral naar: zingen op toon, eenheid van klank, kwaliteit van de stemmen, volle klank en natuurlijk en ontspannen zingen.
Singout Een optreden met je koor of kwartet.
Sixth Sext, een interval, waarbij de tweede toon vijf tonen boven de eerste ligt.
Slide‑in pitch attacks Massaal naar een gezamenlijke toonhoogte toezingen. Is scooping (zie aldaar) nog een gebrek van één zanger, bij slide‑in pitch attacks maakt het hele koor deze fout. Een van de aspecten, waarop de jury let.
SOC Sing-out coördinator, regelt alle logistieke aspecten van een optreden.
Society Een aanduiding, waarmee de SPEBSQSA wordt bedoeld. Troetelnaampje.
Solo Een beperkt aantal tonen of maten, waarbij slechts één partij (meestal de lead) zingt. Een embellishment (zie aldaar).
Song Liedje.
Sound Klank.
SPEBSQSA The Society for the Preservation and Encouragement of Barber Shop Quartet Singing in America, Inc. De Amerikaanse barbershop-organisatie.
Staff Notenbalk. Om de vier partijen in barbershop een beetje duidelijk op te schrijven, wordt gebruik gemaakt van twee notenbalken.
Sweet Adelines Barbershop‑organisatie voor de dames.
Syncopen Een ritme, waarbij de noten niet óp de tel klinken, maar er precies tussenin.
Tag 'Toetje'. Ook wel coda; het laatste deel van een song. Een embellishment (zie aldaar).
Third Terts, een interval, waarbij de tweede toon twee tonen boven de eerste ligt.
Tenor Een van de vier partijen in een barbershopkoor of -kwartet. Zingt de hoogste tonen van de harmonie. Het karakter van de tenorpartij: de tenors zijn de schittering in de barbershopklank. De tenors zijn doelgericht en helder en aanwezig. Hun klank is nooit breed, maar altijd vooruit gericht. Het is als het kaarsje aansteken op de verjaardagstaart: het brengt de schittering in de barbershopsound.
Tone placement Toonplaatsing heeft betrekking op de wijze waarop een toon gezongen wordt. Een mooie toon wordt vóór in de mond gezongen met veel resonantie.
Tone quality Klankkwaliteit. Een van de aspecten, waarop de jury let.
Toonladder Een opeenvolging van zeven tonen. Er zijn vele soorten toonladders. In barbershop is alleen de grote terts, majeur (en soms de kleine terts, mineur) toonladder gebruikelijk.
Transfer of melody Een gedeelte van de song waar de melodie wordt overgenomen van de lead. Een embellishment (zie aldaar).
Tune‑up Afstemmen. Aangeven op de pitch‑pipe en zingen van het grond-akkoord, waarin een song is geschreven, voordat een song feitelijk wordt ingezet.
Uniformity Eenheid van klank.
Unison 1.Eénklank. Een frase, waarbij alle partijen dezelfde toon zingen. 2.De aanduiding, dat alle partijen de woorden op dezelfde manier uitspreken.
Verfraaiingen Zie: Embellishments.
Verse Strofe. Een hoofddeel van een song.
Voice 1.Stem. 2.Eén van de vier partijen, dus tenor, lead, bariton of bass.
Voice left hanging Een gedeelte in een song (meestal in de tag), waar drie partijen even stoppen met zingen, terwijl de vierde partij doorzingt. Een embellishment (zie aldaar).
Voicing Stemvoering. Wijze waarop de tonen van een akkoord over de vier stemmen zijn verdeeld.
Volume relationship Onderlinge afstemming.
Vowel Klinker.
Vowel matching Eenheid in klinkervorming, noodzakelijk om een heldere, transparante koorklank tot stand te brengen. Klinkervorming kun je horen èn zien. Alle klinkers worden met de mond in de lengte (verticaal) en voorwaarts gevormd, nooit in de breedte. Als één van de zangers dat niet goed doet, is de koorklank niet meer helder, maar wordt groezelig.
Woodshedding Het zingen van een song in barbershop‑stijl op (muzikaal) gevoel. De lead zingt de melodie en de drie andere partijen maken al improviserend het akkoord compleet. Moeilijk, maar als het lukt, een zeer enerverende ervaring. In de jazz zou men dit een jam-session noemen.
Zangershouding Voeten staan op schouderbreedte, tenen wijzen naar voren of iets naar buiten. De houding is opgericht, lijf èn gezicht zijn erbij betrokken. Kom iets naar voren op je buitenste voet en houd je knieën licht gebogen. Bilspieren zijn aangespannen, onderrug is niet hol. Je armen hangen niet slap langs je lichaam, maar ze zijn ook niet opgetrokken; je ervaart een lichte opwaartse beweging langs je flanken, die je handen en onderarmen iets mee omhoog neemt.
|